Playstation:
Annegret Kellner - Dermatica

Annegret Kellner, Herbarium/Hechting001, 2006, Klik voor vergroting 

In de projectruimte Playstation.

Met een klein scherp mesje worden langzaam en nauwkeurig steeds opnieuw kleine insneden gemaakt, als is een chirurg aan het werk. De stevige, bewegende huid, zo lijkt het, opent zich als een mooie vlinder voor onze ogen. Gemengde gevoelens van walging en schoonheid laten ons steeds weer afwenden van het beeld en daarna toch weer gefascineerd terugkijken.

Onze huid is hetgeen ons letterlijk scheidt van de buitenwereld. Door onze huid is er een duidelijke grens tussen wat ik ben en wat ik niet ben. Dit omhulsel is daarom ontzettend belangrijk voor ons. Het vervagen van de grens tussen jij en ik, tussen binnen en buiten is voor ons een walgelijk, maar vooral een bedreigend idee. Toch is juist door het bestaan van deze grens contact met een ander mogelijk, een aanraking. De huid impliceert tederheid, seksualiteit, echter enkel mogelijk wanneer de grenzen duidelijk gesteld zijn.

Annegret Kellner speelt met het idee van het schenden van de menselijke huid. Zo stikte ze met naald en draad dwars over beeldschone, fragiele tulpen, wederom met haar fijne chirurgische hand. De zintuiglijke reactie die deze beelden oproepen zijn die van walging, tederheid en schoonheid, een mix van tegenstrijdige gevoelens. Feitelijk overschrijdt Annegret Kellner geen enkele grens, ze prikkelt enkel onze angst hiervoor, ze laat ons voelen hoe bijzonder deze sensaties zijn.

Dermatica suggereert huidziektes, maar tevens de wetenschap die deze ziektes onderzoekt en heelt. De tentoonstellingsruimte doet denken aan een dokterspraktijk of ziekenhuis. Op foto’s, video’s en in andere installaties wordt het lichaam op medische en esthetische wijze benaderd. Het is een spel tussen het aantasten en het behouden van de huid. Als een arts benadert Annegret Kellner hoe het pijnlijke en het fijne twee kanten van dezelfde mediale zijn. Je moet echter wel goed in je vel zitten wil je het werk van Annegret Kellner kunnen verdragen.

Laura van Grinsven 2006